Het 4de Sieperda Symposium

Sieperda Symposium

Het was een gezellige drukte op zaterdag 12 oktober in het Historisch Centrum Leeuwarden. Om 9.30 gingen de deuren open, zodat om 10.00 de Wopke Eekhoffzaal helemaal gevuld was. Ruim honderd mensen wilden meer weten over de Friese koning Redbad.

Mark Raat uit Medemblik sprak over een uniek portret van Redbad

(foto: Weiko Piebes)

sjoch hjir foar de Fryske ferzje fan it ferslach

Klik hier voor een fotoverslag van de dag

Na een openingswoord door de voorzitter van het Koninklijk Fries Genootschap , dr. Hotso Spanninga, opende Fries schrijver Willem Schoorstra het programma inhoudelijk. Schoorstra’s historische roman over Redbad uit 2011 verscheen vorig jaar in herdruk, omdat het boek helemaal uitverkocht was. Tegelijk kwam er toen een Nederlandse vertaling. Het was een mooie cirkel die hiermee gecreëerd werd, want het programma zou later afsluiten met een bespreking van de film Redbad die vorig jaar uit kwam. Schoorstra hield een pleidooi voor de verhalen die een historische gemeenschap altijd bezit, die enerzijds heel oud zijn, maar die anderzijds telkens weer vernieuwd worden al naar gelang de eisen van de tijd. Daar zou in het middagprogramma veel van terugkomen.

Gedegen analyse
Het ochtendprogramma bestond echter uit een gedegen analyse van de historische Redbad en de vroegmiddeleeuwse context waarin hij zich bewoog. Nadat Gilles de Langen en Hans Mol de these opwierpen dat Redbads basis waarschijnlijk in West-Friesland (Noord Holland) lag, was het de beurt aan met name een aantal experts van de Universiteit Utrecht, waar men zich specialiseert in de vroege middeleeuwen. Erik Goosmann lichtte het boek toe over Redbad, dat hij vorig jaar met collega Sven Meeder schreef. Marco Mostert ging dieper in op wat dat koningschap van Redbad inhield in die periode in de geschiedenis. Rob Meens boog zich over de vraag hoe de religie van de Friezen ten tijde van Redbad er uit gezien kon hebben. Niet uit Utrecht, maar uit Keulen kwam Patrick Breternitz, die zich echter perfect in het Nederlands kon redden, en die aan de hand van een secure analyse van de geschreven bronnen liet zien hoe onze blik op Redbad en de Friezen gekleurd is door de Frankische bril waarmee die bronnen zijn opgetekend.  Het ochtendprogramma werd afgesloten met een paneldiscussie, waarbij de sprekers onderling discussieerden en er ook ruimte was voor vragen uit het publiek. Een daarvan was een pleidooi om een andere term te verzinnen voor de religie van de Friezen die niet gekleurd was door het christelijke perspectief, namelijk ‘pre-christelijk’ of ‘heidens’. Er kwam niet meteen een goed alternatief naar voren.

Na een welverdiende koffie en lunch begon het iets luchtiger middagprogramma, waarin aan de hand van opnieuw vijf lezingen – die zich wat periode betreft uitstrekten van de hoge middeleeuwen tot 2018 – werd getoond hoe de herinnering aan Redbad werd ingezet voor verschillende doeleinden. Redbad Veenbaas liet zien hoe Redbad een rol speelde in de legende van de heilige Cunera, die in de buurt van Reenen gesitueerd wordt. Hanno Brand liet zien hoe het idee van een Fries koningschap in de vijftiende eeuw door de Bourgondische hertogen werd gebruikt om aanspraak op de titel van koning te kunnen maken. Mark Raat en Peter Swart uit Medemblik vestigden de aandacht op een uniek, waarschijnlijk toch echt zeventiende-eeuws portret van Redbad, het enige originele exemplaar uit een bredere traditie in Nederland en Duitsland. Simon Halink, expert op het gebied van nationale identiteit van IJsland in de negentiende en twintigste eeuw, liet zien dat er in het Scandinavische gebied interessante parallellen te vinden zijn voor een verstokte heiden, die in een later periode op positieve manier wordt geherwaardeerd. De dag werd afgesloten met een lezing door volksverhalendeskundige Theo Meder, die de film Redbad fileerde. Meder toonde aan hoe de filmmakers onze eigen huidige normen en waarden in de film hadden geprojecteerd.

Aan de hand van de zeer positieve reacties van publiek en sprekers kunnen wij opmaken dat het Redbadsymposium als zeer geslaagd opgevat kan worden. De oude koning heeft in zijn 1300ste sterfjaar de aandacht gekregen die hem 50 jaar eerder, in 1969, nog niet gegund werd. Wat dat betreft zijn de tijden veranderd.